|
|
|
![]()
Geschiedenis van de wind- en stoomkorenmolen 'De Rijzende Zon' en diens voorganger aan de Madeliefstraat in Nieuw Vennep.
Van Spengen is koopman en woont in Noord-Waddinxveen. Hij laat op de kavel twee huizen bouwen waaronder een voor zichzelf. In juni 1856 vestigt hij zich in Nieuw Vennep. Hij is 38 jaar en nog ongehuwd. Op 28 augustus 1857 verkoopt Van Spengen zestien van de twintig bunder land aan de landbouwer Jan Tensen voor 9600 gulden. Tensen is pachter en later de eigenaar van een boerderij in de IJweg, gele-gen op polderkavel Q8.De betaling van de koopsom wordt geregeld met een bedrag van 1426,46 gulden in contanten. Voor het restant van 8173,54 gulden moet Tensen de hypotheekschuld en de daarover verschuldigde rente overnemen die Van Spengen bij heeft aan het Rijk.
Hij verkoopt op 20 maart 1858 aan de houthandelaar Stephanus Piek uit Oudshoorn: een perceel bouwland aan de Hoofdvaart, groot 40, 20 are met en benevens de in de grond gestelde fundering tot de opbouwing van een achtkanten windkorenmolen. Getuigen bij de transportakte zijn de metselaar Maarten van Daalen en de timmerman Wilhelmus Jacobus Voogd, beiden uit Nieuw Vennep. De koopprijs bedraagt 1120 gulden. Stephanus Piek 1858 Johannes Zonneveld 1857
Het is Tensen die de metselaar Maarten van Daalen opdracht geeft met de fundering voor een achtkantige molen te beginnen. Ook Tensen heeft te maken met Zonneveld want die is de vergunninghouder.Na zeven maanden worden de werkzaamheden stopgezet en verkoopt Tensen een perceel van 40, 20 are met de fundering voor een molen aan Stephanus Piek. Deze houthandelaar uit Oudshoorn laat de molen afbouwen en eindelijk kan Zonneveld eind 1858 met zijn vergunning aan het werk.Na drie jaar malen heeft Zonneveld andere plannen en vertrekt met zijn gezin in augustus 1861 naar Naaldwijk. Twee kinderen zijn hier jong overleden en in 1859 is nog een dochter geboren. Dirk Bik 1863 In gemeentelijke belastingen van 1862 wordt hij aangeslagen voor dertien gulden. Hij betaalt dan net zoveel als de landbouwer Jan Tensen, de huisarts A. C. van Dorsten en de metselaar Maarten van Daalen. Pas in 1866 wordt bij de molen een huis gebouwd waar Bik en zijn vrouw gaan wonen. In de lijst van namen van gebouwen die burgemeester Amersfoordt in 1868 heeft samengesteld heeft de molen de naam "Door Gods Zegen De Gunst Verkregen". In 1873 stopt Bik als molenaar en koopt een woon- en winkelhuis gelegen aan de Hoofdweg naast de (oude) Gereformeerde kerk. Dat is de plek waar nu slagerij Kroes is gevestigd. Bik is dan 58 jaar en heeft geen kinderen. Het beroep van molenaar is zwaar en hij heeft al contact met een mogelijke opvolger: een molenaar uit Berk-hout, Jan Willemsz. Tensen genaamd. Op 3 juni 1873 vindt bij notaris Broekhoff in Nieuw Vennep het transport plaats van: een meelmolen met huis en erf en tuin, gelegen aan de Hoofdvaart; de molen met huis en erf is 14, 40 are groot en de tuin 25, 80 are. De nieuwe eigenaars zijn Simon Tensen, landbouwer en Jan Willemsz. Tensen, molenaar. Simon Tensen en Jan Willemsz. Tensen 1873 De akte van vennootschap wordt op 17 oktober 1873 door de Vennepse notaris Broekhoff opgemaakt. De beide comparanten verklaren dat zij gezamenlijk hun windkorenmolen gaan exploiteren onder de firmanaam S. en J. Tensen. De exploitatie zal bestaan in het malen van en handelen in meel en alle graansoorten. De vennootschap wordt geacht te zijn aangegaan op 1 november en voor onbepaalde tijd. Behalve de windkorenmolen met huis, erf en tuin wordt door de vennoten ieder 5000 gulden aangebracht, te storten bij het passeren van de akte. Alleen de tweede ondergetekende Jan Tensen is gerechtigd tot het tekenen van overeenkomsten voor de firma.Voor geldopnamen of hypotheken, borgstellingen, geldleningen en aan- of verkoop van roerende en onroerende goederen zijn beider handtekeningen vereist. De akte is opgemaakt ten huize van Simon Tensen. Vier dagen later, op 21 oktober 1873 verschijnt de notaris weer bij Simon Tensen. Tensen is ziek en wil een testament maken. Hij benoemt zijn echtgenote tot erfgename van het beschikbare deel van zijn nalatenschap en tot executeur. Getuigen zijn Maarten van Daalen en Dirk Bik. Tensen is te zwak om te ondertekenen. Simon Tensen overlijdt vervolgens op 24 oktober 1873 en laat een vrouw en vijf minderjarige kinderen achter. Hij is dan 37 jaar oud. In zijn gezin woont sinds april 1872 ook Klaas Tensen, een negentienjarige neef uit Berkhout. Vijf dagen later wordt op het gemeentehuis in Hoofddorp het huwelijk voltrokken van zijn compagnon Jan Willemsz. Tensen met Jansje Gnodde. Dit is een trieste samenloop van omstandigheden en doet vermoeden dat Simon plotseling en na een kort ziekbed is overleden. Voor zijn overlijden heeft Simon nog een onderhandse akte getekend waarbij de vennoten verklaren "om redenen die hen daartoe bewogen hebben" de vennootschap te beëindigen. Bij de scheiding van de gemeenschappelijke bezittingen wordt de molen met gereedschappen, paarden en wagen aan Jan Willemsz. Tensen toebedeeld. De ingebrachte contanten zijn voor Simon Tensen. Jan Willemsz. Tensen 1875 Jacobus Dam 1880 In mei 1883 overlijdt zijn vrouw en blijft hij achter met zes kleine kinderen. Een drietal deskundigen waaronder de molenaar Koning uit Hoofddorp taxeren op 23 september de molen met woonhuis en machinekamer met stoom-machine.De waarde wordt gesteld op 16.500 gulden. Er zijn zakelijke vorderingen ter waarde van 1652 gulden en het roerend goed is 1522 gulden waard.Dam is geld schuldig wegens geleverde diensten aan de metselaar Maarten van Daalen, de smid Hendrik Klück, de timmerman Dirk Ruiter en de huisarts Van Dorsten.Voor de aankoop van de molen, de bouw van het woonhuis en aanschaf van een stoommachine heeft hij flinke bedragen geleend: -3800 gulden van zijn moeder, weduwe van Jacobus Dam De lening van zijn moeder is renteloos, over de andere bedragen betaalt hij 5% rente.Het saldo van de nalatenschap is 313,28 gulden. De boomgaard en moestuin achter de molen worden aanleiding voor een proces-verbaal dat burgemeester Lantzendorf op 31 oktober 1883 opmaakt van een incident waarbij Dam beschuldigd wordt van dierenmishandeling. Buurman Herman Vlam verklaart dat zijn moeder, de weduwe Jacob Mantel, op haar land 9 biggen had lopen die op het land van de molenaar terecht waren gekomen. Het hek dat Dam heeft geplaatst is niet zo dicht dat de biggen er niet door kunnen. Dam heeft drie biggen zo hevig met een stok geslagen dat een big een dikke poot heeft en de andere twee een tijd lang op de grond hebben gelegen voor ze weer konden lopen. Vlam heeft zelfs een van die biggen moe-ten dragen. Getuigen waren de knecht van Dam en volk dat bij de landbouwer Van Staveren in de hooiberg stond. Het perceel waarop de molen staat grenst aan de rechterzijde aan de polder-kavel PP3 waar de familie Martinus van Staveren een boerderij pacht "Rawa Sarie" geheten, en aan de linkerzijde aan de boerderij van de weduwe Mantel. Dam heeft weer geld nodig en leent op 14 mei 1884 een bedrag van 4000 gulden van Jan Aart den Hartigh uit Strijen onder verband van hypotheek op de molen. Het jaar 1885 wordt een keerpunt in zowel het zakelijk als persoonlijk leven van Jacobus Dam. Op donderdag 13 augustus 1885 slaat tijdens een hevig onweer de bliksem in.De molenaar Dam vertelt later aan de burgemeester, die uit hoofde van zijn functie een proces-verbaal opmaakt, dat hij het onweer heeft zien aankomen en rond drie uur de molen heeft stilgezet en de zeilen gestreken. Thuis heeft hij de bui afgewacht en hoorde omstreeks kwart over drie enkele hevige onweersslagen. Na de bui is hij weer naar de molen gegaan maar zag niets bijzonders. Pas toen hij wilde gaan malen zag hij dat het luik naar de zolder, dat hij open had gelaten, dicht was gevallen. Bij het openen zag de molenaar dat de zolder een en al vuur was. Er viel niets meer te redden. De plaatselijke brandspuit die snel ter plaatse is, kan alleen nog door nathouden de molenaarswoning redden. In de molen gaat 100 mud graan en ook steenkool voor de stoommachine verloren. De molen was gelukkig wel verzekerd. Nog in hetzelfde jaar begint Dam op de plaats van de verbrande molen met de opbouw van "De Rijzende Zon", een achtkantige bovenkruier met stelling die hij in Wormerveer heeft gekocht. Dam is niet alleen molenaar maar ook molenbouwer en stamt uit een Zuid-Hollandse familie van molenaars. In Hoofddorp heeft hij al eerder een molen gebouwd namelijk "Hoop op Zegen". De molen "De Rijzende Zon" was van oorsprong een papiermolen en stond aan de Zuiderzijsloot in Wormerveer. De eerste eigenaar, Dirk Blauw, werd in 1727 windrecht (maalvergunning) verleend. Tweemaal is het houten bovendeel van de molen afgebrand, in 1731 en 1746, en weer opgebouwd. Tot het jaar waarin de molen is stopgezet, 1881, is zij in bezit gebleven van de molenaarsfamilie Blauw. In 1885 wordt het houten bovenstuk, omloop, bovenromp en maalwerk gedemonteerd en naar Nieuw Vennep vervoerd. Dam hertrouwt in december van dat jaar met de negentienjarige Catharina Vreeken, dochter van Jacob Vreeken en Lijntje Vinke. Jacob Vreeken is de bouwer en eerste eigenaar van de winkel aan de Venneperweg, een familiezaak die bestaan heeft tot in 2002. Drie jaar later, op 5 december 1888, wordt in het koffiehuis "De Gouden Leeuw" een vrijwillige openbare veiling bij opslag gehouden van: De korenmolen, ingericht om zowel door windkracht als door stoom gedreven te worden, genaamd "De Rijzende Zon", voorzien van vier koppelstenen, voorts de daarbij staande machinekamer waarin een stoommachine (verticale ketel) van acht paardenkracht, schuur en paardenstal, benevens het almede daarbij staande woonhuis met schuur, verder getimmerte, erven, werf en voor en achter gelegen tuingrond en bouw-land, gelegen aan de Hoofdvaartweg. bij en ten zuiden van Nieuw Ven-nep, kadastrale secties N 1590, 2201 en 2202, gezamenlijk groot 40, 20 are. De koper is verplicht om twee paarden, twee molenaarswagens, een span-tuig, een paardentuig, twintig bilhamers, een bascule met gewichten en een dekkleed over te nemen voor een bedrag van 575 gulden.Voor het perceel wordt het hoogste bod uitgebracht door de verkoper Dam en wel de som van 12300 gulden. Dam verklaart dit bod gedaan te hebben namens Jacob den Hartigh, bouw-man, wonende te Strijen, door wie hij mondeling gemachtigd is. Op 12 december 1888 wordt het perceel geveild bij afslag en op duizend gulden gemijnd door Gerrit Jongejans Bastiaanszoon, landbouwer te Assendelft. Gerrit Jongejans 1889 Gerrit Jongejans sr. heeft de molen tot mei 1923 als korenmolen in bedrijf. Hij vertrekt dan met zijn vrouw naar Assendelft. De oudste zoon Maarten, van beroep graanhandelaar, is dan inmiddels ge-trouwd en blijft in het molenhuis wonen. Broer Gerrit Jongejans, molenaarsknecht, en broer Jan, tuinman, wonen bij hem in. Wanneer Gerrit trouwplannen krijgt vertrekt Maarten in 1924 naar de Venneperweg. Gerrit trouwt in 1925, stopt met het molenaarsbedrijf en gaat in de aardappelhandel.Tien jaar later, in 1935, wordt de molen vervolgens tot op stellinghoogte afge-broken.Het stenen onderstuk gaat in de loop der jaren dienen als opslagplaats voor aardappelen en later ook voor bloembollen en fruit. Pieter Cornelis de Ruiter 1953 Gemeente Haarlemmermeer 1970 De technisch adviseur van de vereniging "De Hollandse Molen", de heer A.J. de Koning uit Hoofddorp, komt met een ambtenaar van Openbare Werken kijken naar de mogelijkheden van restauratie van de molen. De balkconstructie en muren zijn nog in uitstekende staat, oordelen zij.Een poging tot herbouw wordt dan ondernomen met onderdelen van een molen die bij de Vicon liggen opgeslagen. De maten daarvan passen echter niet bij de achtkantige onderbouw waardoor de kosten van herbouw veel hoger worden. Dit is aanleiding voor het toenmalige ministerie van CRM om een subsidie-verzoek af te wijzen.
Hans de Jong 1975
Bar - Steakhouse d'Oude Molen bestaat 35 jaar!!!!! Kom dineren en ontvang een JUBILEUM WAARDE CHEQUE, die het gehele jaar geldig is voor de maandelijks wisselende acties!
|





Simon van Spengen 1855
Zonneveld vestigt zich 7 april 1857 in Nieuw Vennep met vrouw en vier kinderen. Eerst wordt als beroep koopman ingevuld en later korenmolenaar. Wanneer Zonneveld het rekest indient is Simon van Spengen de eigenaar van de grond waarop de molen nog gebouwd moet worden; er moet dus sprake zijn geweest van een gezamenlijke onderneming. Ondanks de aan Zonneveld verleende vergunning wordt niet met de bouw gestart, integendeel, want Van Spengen verkoopt in augustus 1858 een groot deel van zijn grond aan de landbouwer Jan Tensen.
In januari 1970 staan de draglines al klaar om na het voorbereidende werk aan boomgaard en aanbouwtjes ook de stenen onderbouw van de molen aan te pakken. De huurder hiervan, fruithandelaar Van den Heuvel, weet sinds veertien dagen dat de sloop gaat beginnen en dat hij zijn honderden kilo's fruit naar een nieuwe loods aan de Venneperstraat moet brengen. Op het laatste moment wordt besloten om de sloop uit te stellen. Niet in de laatste plaats door de invloed van oud-burgemeester Van Willigen.Hij is degene die in de voorafgaande jaren de historische waarde van dit bouwwerk heeft onderkend en de herbouw voor ogen heeft gehad.
Redding voor het voortbestaan van de markante stenen onderbouw komt uit-eindelijk van de zijde van de plaatselijke eigenaar van "De Rustende Jager", Hans de Jong.Hij koopt in 1975 voor het symbolische bedrag van één gulden de ruïne van de gemeente.